Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 121,87 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 121,87 (6% inclusief btw)
Dit product moet worden goedgekeurd door de apotheker.
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride dient met voorzichtigheid gebruikt te worden bij patiënten met: - ernstige nierinsufficiëntie, - risico op urineretentie, - gastro-intestinale obstructieve aandoeningen, - risico op verminderde gastro-intestinale motiliteit, - hiatus hernia/gastro-oesofageale reflux en/of patiënten die gelijktijdig geneesmiddelen gebruiken (zoals bisfosfonaten) die oesofagitis kunnen veroorzaken of verergeren, - autonome neuropathie. De patiënt dient onderzocht te worden om andere aandoeningen die dezelfde symptomen kunnen veroorzaken als benigne prostaathyperplasie uit te sluiten. Andere oorzaken van frequent urineren (hartfalen of nierziekte) dienen te worden onderzocht voordat de behandeling met solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride wordt gestart. Indien een urineweginfectie aanwezig is, dient een passende antibacteriële therapie te worden ingezet. Bij patiënten met risicofactoren zoals bestaande lange-QT-syndroom en hypokaliëmie, die behandeld worden met solifenacinesuccinaat, zijn QT-verlenging en torsade de pointes waargenomen.
Angio-oedeem met luchtweg obstructie is gemeld bij sommige patiënten op solifenacinesuccinaat en tamsulosine. Indien angio-oedeem optreedt, dient het gebruik van solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride te worden gestaakt en mag de behandeling niet meer worden hervat. Een geschikte behandeling moet worden ingesteld en/of passende maatregelen moeten worden genomen. Anafylactische reacties zijn gerapporteerd bij sommige patiënten die werden behandeld met solifenacinesuccinaat. Bij patiënten die anafylactische reacties ontwikkelen, dient het gebruik van solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride te worden gestaakt en moet er een geschikte behandeling worden ingesteld en/of moeten er passende maatregelen worden genomen. Zoals bij andere alfa1-adrenoceptor antagonisten, kan tijdens de behandeling met tamsulosine in individuele gevallen een bloeddrukdaling optreden. Als gevolg hiervan kan in zeldzame gevallen syncope ontstaan. Patiënten die beginnen met het gebruik van solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride moeten geadviseerd worden te gaan zitten of liggen bij de eerste tekenen van orthostatische hypotensie (duizeligheid, zwakte) totdat de symptomen verdwenen zijn. Het 'Intra-operative Floppy Iris Syndrome' (IFIS, een variant van het kleine pupil syndroom) is gezien tijdens cataract- en glaucoomoperaties bij een aantal patiënten onder behandeling met tamsulosinehydrochloride, of die daarmee voorheen waren behandeld. IFIS kan het risico op oogcomplicaties tijdens en na de operatie verhogen. Het wordt daarom niet aangeraden een behandeling metsolifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride te starten bij patiënten voor wie een cataract- of glaucoomoperatie gepland is. Er zijn anekdotische meldingen dat het staken van het gebruik van solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride 1-2 weken voorafgaand aan de cataract- of glaucoomoperatie zinvol is, maar het voordeel van stopzetting van de behandeling is niet vastgesteld. Bij het preoperatieve onderzoek dienen de chirurgen en oogheelkundige teams vast te stellen of patiënten die cataract�of glaucoomoperaties moeten ondergaan, met solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride worden behandeld of daarmee eerder zijn behandeld, om zich ervan te verzekeren dat de juiste voorzorgsmaatregelen zijn genomen om IFIS tijdens de operatie te kunnen ondervangen. Solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride dient met voorzichtigheid gebruikt te worden in combinatie met matige of sterke CYP3A4-remmers (zie rubriek 4.5) en het mag niet in combinatie worden gegeven met sterke CYP3A4-remmers, bijvoorbeeld ketoconazol, bij patiënten met het langzame CYP2D6 metaboliseerder fenotype of die sterke CYP2D6-remmers gebruiken, bijvoorbeeld paroxetine. Hulpstoffen Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per één tablet, wat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.
Solifenacine/Tamsulosine Viatris is een combinatie van twee verschillende medicijnen genaamd solifenacine en
tamsulosine in één tablet. Solifenacine behoort tot de groep van medicijnen die anticholinergica genoemd
worden en tamsulosine behoort tot de groep genaamd alfa-blokkers.
Solifenacine/Tamsulosine Viatris wordt gebruikt bij mannen om matige tot ernstige opslagsymptomen en
mictiesymptomen van de lage urinewegen te behandelen die veroorzaakt worden door problemen met de blaas
en een vergrote prostaat (goedaardige prostaatvergroting). Solifenacine/Tamsulosine Viatris wordt gebruikt als
eerdere behandeling met een product met één actieve stof de symptomen onvoldoende heeft verlicht.
Als de prostaat groter wordt, kan dit plasproblemen (mictiesymptomen) veroorzaken zoals hesitatie (moeilijk op
gang komen van plassen), moeilijkheden tijdens plassen (zwakke straal), nadruppelen en het gevoel niet
volledig de blaas leeg te plassen. Tegelijkertijd is de blaas ook aangedaan en trekt deze spontaan samen op
momenten dat u niet wil plassen. Dit veroorzaakt opslagsymptomen zoals veranderingen in het gevoel van de
blaas, urgentie (een plotselinge sterke aandrang om te plassen) en vaker dan normaal moeten plassen.
Solifenacine vermindert de ongewenste samentrekkingen van uw blaas en vergroot de hoeveelheid urine die uw
blaas kan bevatten. Dit zorgt ervoor dat u langer kunt wachten met naar de wc gaan. Tamsulosine zorgt ervoor
dat de urine gemakkelijker door de plasbuis kan stromen en het plassen gemakkelijker gaat.
- De werkzame stoffen in dit medicijn zijn solifenacinesuccinaat en tamsulosinehydrochloride. Elke tablet
met gereguleerde afgifte bevat 6 mg solifenacinesuccinaat en 0,4 mg tamsulosinehydrochloride.
- De andere stoffen in dit medicijn zijn calciumwaterstoffosfaat, microkristallijne cellulose (E460),
croscarmellose natrium (E468), hypromellose (E464), rood ijzeroxide (E172), magnesiumstearaat (E470b),
macrogol met hoog moleculair massa, macrogol, watervrij colloïdaal siliciumdioxide, titaandioxide (E171).
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Gelijktijdige behandeling met andere geneesmiddelen die anticholinerge eigenschappen hebben, kan resulteren in meer uitgesproken therapeutische effecten en bijwerkingen. Alvorens met een anticholinerge therapie te beginnen dient men een interval van ongeveer een week te hanteren na het stoppen van de behandeling met solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride. Het therapeutische effect van solifenacine kan verminderd worden indien het tegelijk met cholinerge receptoragonisten wordt toegediend. Interacties met CYP3A4- en CYP2D6-remmers Gelijktijdig gebruik van solifenacine en ketoconazol (een sterke CYP3A4-remmer) (200 mg/dag), resulteerde in een toename van de Cmax en de oppervlakte onder de curve (AUC) van solifenacine met respectievelijk een factor 1,4 en 2,0, terwijl een ketoconazoldosis van 400 mg/dag resulteerde in een toename van de Cmax en de AUC van solifenacine met respectievelijk een factor 1,5 en 2,8.
Gelijktijdig gebruik van tamsulosine en ketoconazol (400 mg/dag) resulteerde in een toename van de Cmax en de AUC van tamsulosine met respectievelijk een factor 2,2 en 2,8. Omdat gelijktijdig gebruik van sterke CYP3A4-remmers, zoals ketoconazol, ritonavir, nelfinavir en itraconazol, kan leiden tot verhoogde blootstelling aan zowel solifenacine als tamsulosine, dient solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride met voorzichtigheid gebruikt te worden in combinatie met sterke CYP3A4-remmers. Solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride mag niet in combinatie worden gegeven met sterke CYP3A4- remmers bij patiënten met het langzame CYP2D6 metaboliseerder fenotype of die sterke CYP2D6-remmers gebruiken. Gelijktijdig gebruik van solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride met verapamil (een matige CYP3A4- remmer) resulteerde in een ongeveer 2,2-voudige toename van de Cmax en de AUC van tamsulosine en in een ongeveer 1,6-voudige toename van de Cmax en de AUC van solifenacine. Voorzichtigheid is geboden bij gebruik van solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride in combinatie met matige CYP3A4-remmers. Gelijktijdig gebruik van tamsulosine met de zwakke CYP3A4-remmer cimetidine (400 mg elke 6 uur) resulteerde in een 1,44-voudige toename van de AUC van tamsulosine, terwijl de Cmax niet significant veranderde. Solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride kan gebruikt worden in combinatie met zwakke CYP3A4- remmers. Gelijktijdig gebruik van tamsulosine met de sterke CYP2D6-remmer paroxetine (20 mg/dag) resulteerde in een toename van de Cmax en AUC van tamsulosine met respectievelijk een factor 1,3 en 1,6. Solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride kan gebruikt worden in combinatie met CYP2D6-remmers. Het effect van enzyminductie op de farmacokinetiek van solifenacine en tamsulosine is niet onderzocht. Aangezien solifenacine en tamsulosine door CYP3A4 worden gemetaboliseerd, kunnen farmacokinetische interacties optreden met CYP3A4-induceerders (bijvoorbeeld rifampicine) waardoor de plasmaconcentraties van solifenacine en tamsulosine kunnen afnemen. Andere interacties De volgende gegevens weerspiegelen de beschikbare informatie over de afzonderlijke werkzame stoffen. Solifenacine - Het effect van middelen die de motiliteit van het maag-darmkanaal bevorderen, zoals metoclopramide en cisapride, kan door solifenacine verminderd worden. - In-vitro studies met solifenacine hebben aangetoond dat solifenacine in therapeutische concentraties geen remming veroorzaakt van CYP1A1/2, 2B6, 2C8, 2C9, 2C19, 2D6, 2E1 of 3A4. Derhalve worden er geen interacties verwacht tussen solifenacine en geneesmiddelen die door deze CYP-enzymen worden gemetaboliseerd. - Inname van solifenacine had geen invloed op de farmacokinetiek van R-warfarine en S-warfarine en hun effecten op de protrombinetijd. - Inname van solifenacine had geen invloed op de farmacokinetiek van digoxine. Tamsulosine - Gelijktijdige toediening met andere alfa1-adrenoceptor antagonisten zou kunnen leiden tot hypotensieve effecten. - Diazepam, propranolol, trichlormethiazide, chloormadinon, amitriptyline, diclofenac, glibenclamide, simvastatine en warfarine veranderen de vrije fractie van tamsulosine in vitro in humaan plasma niet. Tamsulosine verandert de vrije fracties van diazepam, propranolol, trichlormethiazide en chloormadinon niet. Diclofenac en warfarine kunnen echter de eliminatie van tamsulosine versnellen. - Gelijktijdige toediening met furosemide resulteert in een daling van de plasmaconcentratie van tamsulosine, maar omdat de concentraties binnen de normale grenzen blijven, is gelijktijdig gebruik acceptabel. - In-vitro studies met tamsulosine hebben aangetoond dat tamsulosine in therapeutische concentraties geen remming veroorzaakt van CYP1A2, 2C9, 2C19, 2D6, 2E1 of 3A4. Derhalve worden er geen interacties verwacht tussen tamsulosine en geneesmiddelen die door deze CYP-enzymen worden gemetaboliseerd. - Er zijn geen interacties gezien als tamsulosine gelijktijdig met atenolol, enalapril of theofylline werd gegeven.
Samenvatting van het veiligheidsprofiel Solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride kan anticholinerge bijwerkingen veroorzaken, van, in het algemeen, lichte tot matige ernst. De meest gerapporteerde bijwerkingen in de klinische studies die uitgevoerd zijn tijdens de ontwikkeling van solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride waren droge mond (9,5%), gevolgd door constipatie (3,2%) en dyspepsie (inclusief abdominale pijn; 2,4%). Andere vaak gerapporteerde bijwerkingen zijn duizeligheid (inclusief vertigo; 1,4%), wazig zien (1,2%), vermoeidheid (1,2%), en ejaculatiestoornissen (inclusief retrograde ejaculatie; 1,5%). Acute urineretentie (0,3%, soms) is de meest ernstige bijwerking die is waargenomen tijdens behandeling met solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride in klinische studies. Tabel met bijwerkingen In de onderstaande tabel toont de kolom 'solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride-frequentie' de bijwerkingen die geobserveerd zijn tijdens de dubbelblinde klinische studies die onderdeel zijn van het ontwikkelingsprogramma van solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride (gebaseerd op geneesmiddelgerelateerde bijwerkingen die gerapporteerd zijn door tenminste twee patiënten en die vaker voorkwamen dan in de placebogroep in de dubbelblinde studies). De kolommen 'solifenacine-frequentie' en 'tamsulosine-frequentie' tonen de bijwerkingen zoals eerder gerapporteerd met één van de afzonderlijke componenten (zoals gepresenteerd in de samenvattingen van de productkenmerken (SKP) van respectievelijk 5 en 10 mg solifenacine en 0,4 mg tamsulosine) die ook bij het gebruik van solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride zouden kunnen voorkomen (sommige van deze bijwerkingen zijn niet geobserveerd tijdens het klinische ontwikkelingsprogramma van solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride). De frequentie van bijwerkingen is als volgt gedefinieerd: zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100, < 1/10), soms (≥ 1/1.000, < 1/100), zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000), zeer zelden (< 1/10.000), en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Systeem/orgaanklassen/voorkeursterm Bijwerking frequentie geobserveerd tijdens de ontwikkeling van solifenacinesuccina at/ tamsulosinehydroc hloride Bijwerking frequentie geobserveerd voor de afzonderlijke stoffen solifenacine 5 mg en 10 mg# tamsulosine 0,4 mg# Infecties en parasitaire aandoeningen Urineweginfectie Soms Cystitis Soms Immuunsysteemaandoeningen Anafylactische reacties Niet bekend* Voedings- en stofwisselingsstoornissen Verminderde eetlust Niet bekend* Hyperkaliëmie Niet bekend* Psychische stoornissen Hallucinaties Zeer zelden* Verwarde toestand Zeer zelden* Delirium Niet bekend* Zenuwstelselaandoeningen Duizeligheid Vaak Zelden* Vaak Slaperigheid Soms Dysgeusie Soms Hoofdpijn Zelden* Soms Syncope Zelden Oogaandoeningen Wazig zien Vaak Vaak Niet bekend* Intra-operative Floppy Iris Syndrome (IFIS) Niet bekend** Droge ogen Soms Glaucoom Niet bekend* Visuele stoornissen Niet bekend* Hartaandoeningen Palpitaties Niet bekend* Soms Torsade de Pointes Niet bekend* Elektrocardiogram QT verlengd Niet bekend* Atriumfibrillatie Niet bekend* Niet bekend* Aritmie Niet bekend* Tachycardie Niet bekend* Niet bekend* Bloedvataandoeningen Orthostatische hypotensie Soms Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen Rhinitis Soms Droge neusslijmvliezen Soms Dyspneu Niet bekend* Dysfonie Niet bekend* Epistaxis Niet bekend* Maagdarmstelselaandoeningen Droge mond Vaak Zeer vaak Dyspepsie Vaak Vaak Constipatie Vaak Vaak Soms Misselijkheid Vaak Soms Buikpijn Vaak Gastro-oesofageale reflux Soms Diarree Soms Droge keel Soms Braken Zelden* Soms Colonobstructie Zelden Fecale impactie Zelden Ileus Niet bekend* Abdominale klachten Niet bekend* Lever- en galaandoeningen Leveraandoening Niet bekend* Abnormale resultaten leverfunctietest Niet bekend* Huid- en onderhuidaandoeningen Pruritus Soms Zelden* Soms Droge huid Soms Huiduitslag Zelden* Soms Urticaria Zeer zelden* Soms Angio-oedeem Zeer zelden* Zelden Stevens-Johnson-syndroom Zeer zelden Erythema multiforme Zeer zelden* Niet bekend* Exfoliatieve dermatitis Niet bekend* Niet bekend* Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen Spierzwakte Niet bekend* Nier- en urinewegaandoeningen Urineretentie*** Soms Zelden Moeilijkheden met mictie Soms Nierinsufficiëntie Niet bekend* Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen Ejaculatiestoornissen waaronder retrograde ejaculatie en anejaculatie Vaak Vaak Priapisme Zeer zelden Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Vermoeidheid Vaak Soms Perifeer oedeem Soms Asthenie Soms
vermeld in de samenvatting van de productkenmerken van beide producten. *: post-marketingmeldingen. Omdat deze spontaan gerapporteerde bijwerkingen afkomstig zijn uit wereldwijde post-marketingervaring, kunnen de frequentie van deze bijwerkingen en het causaal verband met solifenacine of tamsulosine niet betrouwbaar worden bepaald. **: post-marketingmeldingen; waargenomen tijdens cataract- en glaucoomoperaties. ***: zie rubriek 4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik. Veiligheid van solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride op de lange termijn Het bijwerkingprofiel geobserveerd bij een behandelingsduur tot en met 1 jaar was vergelijkbaar met het bijwerkingprofiel geobserveerd in de 12 weken durende studies. Het product wordt goed verdragen en er worden geen specifieke bijwerkingen in verband gebracht met langdurig gebruik. Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen Voor urineretentie zie rubriek 4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik.
- u bent allergisch voor solifenacine of tamsulosine of een van de andere stoffen in dit medicijn. Deze stoffen
kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter.
- u ondergaat nierdialyse.
- u heeft een ernstig verminderde werking van de lever.
- u heeft een ernstig verminderde werking van de nieren EN u wordt tegelijkertijd behandeld met medicijnen
die de afbraak van Solifenacine/Tamsulosine Viatris in het lichaam kunnen vertragen (b.v. ketoconazol,
ritonavir, nelfinavir, itraconazol). Uw arts of apotheker heeft u dit verteld als hier sprake van is.
- u heeft een matig verminderde werking van de lever EN u wordt tegelijkertijd behandeld met medicijnen die
de afbraak van Solifenacine/Tamsulosine Viatris in het lichaam kunnen vertragen (b.v. ketoconazol,
ritonavir, nelfinavir, itraconazol). Uw arts of apotheker heeft u dit verteld als hier sprake van is.
- u lijdt aan een ernstige maag- of darmaandoening (met inbegrip van toxisch megacolon, een complicatie
geassocieerd met colitis ulcerosa).
- u lijdt aan een bepaalde spierziekte (myasthenia gravis), wat enorme spierzwakte kan veroorzaken.
- u lijdt aan verhoogde oogboldruk (glaucoom), met geleidelijk gezichtsverlies.
- u heeft last van duizeligheid ten gevolge van bloeddrukdaling bij verandering van houding (het rechtop gaan
zitten of opstaan); dit wordt orthostatische hypotensie genoemd.
Vruchtbaarheid Het effect van solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride op de vruchtbaarheid is niet vastgesteld. Dierproeven met solifenacine of tamsulosine laten geen schadelijke effecten zien op de vruchtbaarheid en de vroege ontwikkeling van het embryo (zie rubriek 5.3). Ejaculatiestoornissen zijn waargenomen bij korte en lange termijn klinische studies met tamsulosine. In de postmarketingfase zijn gevallen van ejaculatiestoornis, retrograde ejaculatie en anejaculatie gemeld. Zwangerschap en borstvoeding Solifenacinesuccinaat/tamsulosinehydrochloride is niet geïndiceerd voor gebruik door vrouwen.
De maximale dagelijkse dosering is 1 tablet met daarin 6 mg solifenacine en 0,4 mg tamsulosine, in te nemen via de mond. De tablet kan met of zonder voedsel worden ingenomen, zoals u zelf wilt. De tablet niet pletten of kauwen.
| CNK | 4868030 |
|---|---|
| Organisaties | Viatris |
| Merken | Viatris |
| Breedte | 65 mm |
| Lengte | 65 mm |
| Diepte | 120 mm |
| Actieve ingrediënten | solifenacine succinaat, tamsulosine hydrochloride |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |